ECLI:NL:RVS:2014:2379
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- B.P. Vermeulen
- R.F.B. van Zutphen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boeteoplegging wegens overtreding Arbobesluit bij arbeidsongeval met basketbalpaal
Bij besluit van 19 oktober 2011 legde de staatssecretaris een boete van €10.800 op aan [appellante] wegens overtreding van artikel 16, tiende lid, van de Arbowet, in verbinding met artikel 3.17 van het Arbobesluit. Dit betrof een arbeidsongeval op 17 maart 2011 waarbij een werkneemster ernstig letsel opliep door een vallend basketbalbord.
De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen. De rechtbank oordeelde dat artikel 7.4, derde lid, van het Arbobesluit toepasselijk was in plaats van artikel 3.17. [Appellante] stelde dat zij hierdoor in haar verdedigingsrechten was geschaad omdat de grondslag van de boete was gewijzigd.
De Raad van State oordeelde dat de wijziging van de juridische kwalificatie niet tot schending van verdedigingsrechten leidde, omdat de verwijtbaarheid in materiële zin gelijk bleef en [appellante] voldoende gelegenheid had gehad haar standpunt te geven. Tevens verwierp de Raad het betoog dat geen verwijt kon worden gemaakt vanwege een huis-tuin-en-keukenongeval en onvoldoende instructie. De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de risico-inventarisatie onvoldoende was en dat de boete terecht was opgelegd.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €10.800 wegens overtreding van het Arbobesluit door onvoldoende risico-inventarisatie en handhaving van de uitspraak van de rechtbank.