ECLI:NL:RVS:2014:227
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving beëindiging woongebruik pand in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Weesp heeft bij besluit van 25 januari 2012 onder oplegging van een dwangsom gelast het gebruik van een pand aan industrieterrein Noord te Weesp voor wonen te beëindigen. De appellant voerde aan dat het pand een dienstwoning is, noodzakelijk voor zijn stucadoorsbedrijf, en dat het college onrechtmatig handhavend optreedt, onder meer vanwege strijd met het gelijkheidsbeginsel.
De rechtbank heeft geoordeeld dat het pand niet als dienstwoning kan worden aangemerkt omdat het redelijk belang om op het perceel te wonen niet is aangetoond. Het college is bevoegd om handhavend op te treden tegen het gebruik in strijd met het bestemmingsplan. De Raad van State bevestigt dit oordeel en overweegt dat het college een consistent en doordacht handhavingsbeleid voert, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen panden met en zonder bouwvergunning en herontwikkelingsplannen.
De Raad van State wijst het beroep af en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Het college heeft voldoende onderbouwd dat het beleid niet in strijd is met het gelijkheidsbeginsel en dat handhaving proportioneel en gerechtvaardigd is.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot handhaving van het beëindigen van het woongebruik van het pand wordt bevestigd.