ECLI:NL:RVS:2014:2266
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- N. Verheij
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning en inreisverbod wegens onbetrouwbaar vonnis Turkse rechtbank
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel op 9 oktober 2012 werd afgewezen, met een inreisverbod tot gevolg. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de toepassing van artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag, waarbij de staatssecretaris stelde dat ernstige redenen bestonden om te veronderstellen dat de vreemdeling betrokken was bij ernstige misdrijven, gebaseerd op een vonnis van een Turkse rechtbank. Dit vonnis was mede gebaseerd op een bekentenis die onder marteling was afgelegd. De Afdeling oordeelde dat het vonnis onbetrouwbaar is en dat de staatssecretaris ten onrechte dit vonnis als grondslag heeft gebruikt zonder nader onderzoek naar de bewijsmiddelen.
De Afdeling stelde vast dat de in beslag genomen documenten, die volgens de staatssecretaris het vonnis ondersteunen, niet in het dossier aanwezig zijn en dat de bekentenis onder dwang is afgelegd. Daarom kon niet worden aangenomen dat artikel 1(F) op de vreemdeling van toepassing is. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het besluit van 9 oktober 2012 vernietigd wegens strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel van de Algemene wet bestuursrecht.
De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 1.948,00. De Afdeling benadrukte het belang van een eerlijk proces en het verbod op het gebruik van onder marteling verkregen bewijs.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning en oplegging van inreisverbod wordt vernietigd wegens onbetrouwbaarheid van het Turkse vonnis en strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel.