ECLI:NL:RVS:2014:2256
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- H. Troostwijk
- R.J. van den Berg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving tegen niet-toegestane opslag van eieren op agrarisch perceel
Het college van burgemeester en wethouders van Weert heeft [appellante] gelast om het gebruik van bedrijfsgebouwen op het perceel Koenderstraat 9 te Weert voor de opslag van eieren van derden te beëindigen, omdat deze opslag niet valt onder de toegestane agrarische bestemming en niet als statische opslag kan worden aangemerkt.
De voorzieningenrechter heeft het beroep van [appellante] tegen dit handhavingsbesluit ongegrond verklaard, waarna [appellante] hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Raad van State overweegt dat de opslag van eieren van derden niet valt onder het begrip statische opslag, aangezien de eieren voor een belangrijk deel worden doorverkocht en er aanzienlijke aan- en afvoerbewegingen plaatsvinden.
Verder oordeelt de Raad dat het college bevoegd was om handhavend op te treden en dat de last duidelijk en concreet is geformuleerd. Ook de hoogte van de dwangsom en de termijn voor naleving zijn redelijk. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het handhavingsbesluit bevestigd.