ECLI:NL:RVS:2014:2251
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen beëindiging verstrekkingen bij afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 10 september 2013 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing ongegrond op 4 maart 2014. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzitter overwoog dat het verzoek erop gericht was te voorkomen dat verstrekkingen worden beëindigd gedurende de behandeling van het hoger beroep. De grief in hoger beroep betrof het oordeel van de rechtbank dat de vreemdeling niet aannemelijk had gemaakt dat hij bij terugkeer naar China een reëel risico liep op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro. Deze beoordeling vergt nader onderzoek dat in deze procedure niet passend is.
Gezien het spoedeisend belang besloot de voorzitter de verstrekkingen niet te laten beëindigen totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €487,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: De verstrekkingen worden niet beëindigd totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.