ECLI:NL:RVS:2014:2198
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke uitspraak over niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen beëindiging campinggebruik
Het college van burgemeester en wethouders van Epe heeft bij besluit van 26 juni 2012 het gebruik van een perceel als camping beëindigd en een dwangsom opgelegd. Appellanten, wonend in de nabijheid, maakten bezwaar tegen dit besluit, maar werden door het college niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep van appellanten ongegrond.
Appellanten stelden in hoger beroep dat zij wel als belanghebbenden moesten worden aangemerkt vanwege de ruimtelijke uitstraling van de camping en het zicht vanuit hun woningen. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het zicht op de camping gering is vanwege de afstand van 737 meter en de beperkte ruimtelijke uitstraling. Bovendien zijn de aangehaalde eerdere uitspraken niet vergelijkbaar met de huidige situatie.
Daarom faalt het beroep en wordt de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.