ECLI:NL:RVS:2014:2179
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.D.M. van Diepenbeek
- S.J.E. Horstink-von Meyenfeldt
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroepen tegen vaststelling bestemmingsplan Laren-Noord
De raad van de gemeente Laren stelde op 24 april 2013 het bestemmingsplan "Laren-Noord" vast. Hiertegen stelden de vennootschap Maatschappij voor Huizen Bezit en Beheer en anderen, alsmede een individuele appellant beroep in. De beroepen richtten zich onder meer tegen het niet opnemen van zichtlijnen die het vrije uitzicht vanaf het landgoed Larenberg zouden waarborgen en tegen de bestemming "Bos" voor een perceel dat als sparrenkwekerij werd gebruikt.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de raad beleidsvrijheid heeft bij het aanwijzen van bestemmingen en dat de privaatrechtelijke erfdienstbaarheid niet doorslaggevend is bij de planvaststelling. De raad had de culturele waarde van de zichtlijnen meegewogen maar besloot deze niet planologisch te beschermen vanwege onduidelijkheid, mogelijke planschade en het niet wenselijk achten van planologische verankering van privaatrechtelijke verplichtingen.
Ten aanzien van het perceel met de bestemming "Bos" oordeelde de Afdeling dat de raad redelijkerwijs kon aannemen dat het perceel feitelijk een bos is en dat het gebruik als sparrenkwekerij al jaren is gestaakt. Ook werd geoordeeld dat het besluit niet in strijd is met het vereiste van onpartijdigheid, omdat een betrokken raadslid niet aan de besluitvorming deelnam.
Gelet op deze overwegingen verklaarde de Afdeling de beroepen ongegrond en wees zij proceskostenveroordelingen af.
Uitkomst: De beroepen tegen het bestemmingsplan Laren-Noord worden ongegrond verklaard.