ECLI:NL:RVS:2014:2159

Raad van State

Datum uitspraak
3 juni 2014
Publicatiedatum
11 juni 2014
Zaaknummer
201403694/1/V3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep vreemdeling tegen bewaring vastgesteld

Bij besluit van 12 april 2014 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De vreemdeling stelde beroep in tegen dit besluit bij de rechtbank Den Haag, die het beroep gegrond verklaarde en schadevergoeding toekende.

De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De staatssecretaris voerde aan dat het beroep van de vreemdeling niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard omdat de bewaring reeds was opgeheven en de vreemdeling een volledige schadevergoeding en proceskostenvergoeding had ontvangen, waardoor geen procesbelang meer bestond.

De Afdeling oordeelde dat het beroep van de vreemdeling inderdaad geen procesbelang meer had, omdat het beoogde resultaat reeds was bereikt. Daarom verklaarde de Afdeling het beroep niet-ontvankelijk, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en wees een proceskostenveroordeling af.

De uitspraak werd gedaan op 3 juni 2014 door de voorzitter en leden van de Afdeling bestuursrechtspraak in aanwezigheid van een ambtenaar van staat.

Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.

Uitspraak

201403694/1/V3
Datum uitspraak: 3 juni 2014
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 28 april 2014 in zaak nr. 14/8996 in het geding tussen:
[de vreemdeling]
en
de staatssecretaris.
Procesverloop
Bij besluit van 12 april 2014 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. Dit besluit is aangehecht.
Bij uitspraak van 28 april 2014 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard en de vreemdeling schadevergoeding toegekend. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld. Het hogerberoepschrift is aangehecht.
Vervolgens is het onderzoek gesloten.
Overwegingen
1. In de grief klaagt de staatssecretaris dat de rechtbank het beroep van de vreemdeling ten onrechte niet niet-ontvankelijk heeft geacht. Hiertoe betoogt hij dat enig procesbelang ontbrak, nu de onrechtmatigheid van de bewaring vaststond en de vreemdeling een vergoeding voor de schade en proceskosten was aangeboden.
1.1. Hetgeen de vreemdeling met zijn beroep kennelijk nastreefde, was bereikt, aangezien de maatregel van bewaring op 18 april 2014 was opgeheven en de vreemdeling door de staatssecretaris voor de periode van 12 april 2014 tot en met 17 april 2014 een volledige schadevergoeding en een proceskostenvergoeding was aangeboden.
Voor het oordeel dat de vreemdeling niettemin nog belang had bij de mondelinge behandeling en de beoordeling van het beroep, bestond geen grond.
Het beroep was derhalve niet-ontvankelijk.
2. Het hoger beroep is kennelijk gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het beroep van de vreemdeling tegen het besluit van 12 april 2014 van de staatssecretaris alsnog niet-ontvankelijk verklaren.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. verklaart het hoger beroep gegrond;
II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 28 april 2014 in zaak nr. 14/8996;
III. verklaart het door de vreemdeling bij de rechtbank in die zaak ingestelde beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Lubberdink, voorzitter, en mr. C.J. Borman en mr. N. Verheij, leden, in tegenwoordigheid van mr. A.A. Snijders, ambtenaar van staat.
w.g. Lubberdink w.g. Snijders
voorzitter ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 3 juni 2014
279