ECLI:NL:RVS:2014:2140
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- C.J. Borman
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid inreisverbod wegens ernstige bedreiging openbare orde
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie had een inreisverbod van tien jaar opgelegd aan de vreemdeling vanwege ernstige strafbare feiten, waaronder schuldheling en opzettelijke handel in drugs. De rechtbank had dit inreisverbod vernietigd omdat het volgens haar niet in verhouding stond tot de bedreiging voor de openbare orde en de persoonlijke situatie van de vreemdeling.
De Raad van State oordeelt dat de staatssecretaris het inreisverbod terecht heeft gemotiveerd, waarbij rekening is gehouden met de ernst van de misdrijven en het feit dat de vreemdeling geen gedragsverandering heeft getoond. Ook het argument dat het inreisverbod de vreemdeling verhindert zijn ernstig zieke moeder te bezoeken, weegt niet zwaarder dan de belangen van de openbare orde. De Raad stelt dat contact via moderne communicatiemiddelen mogelijk is en dat de zorg voor de moeder door de zus met verblijfsvergunning kan worden verzorgd.
Verder faalt het beroep van de vreemdeling dat het inreisverbod in strijd zou zijn met artikel 8 EVRM Pro, mede omdat hij veroordeeld is voor ernstige delicten en recidive heeft gepleegd. De Raad verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het vonnis van de rechtbank voor zover dit het inreisverbod betreft en verklaart het beroep tegen het inreisverbod ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen het inreisverbod wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.