ECLI:NL:RVS:2014:2135
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- N. Verheij
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling geweigerd verblijfsvergunning ondanks gezagsverdeling over kind met Nederlandse nationaliteit
De vreemdeling, met de Rwandese nationaliteit, vroeg om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de minister werd afgewezen. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht tot heroverweging.
De staatssecretaris en de vreemdeling gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak. De staatssecretaris stelde dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de Nederlandse vader van het kind feitelijk niet voor het kind zorg kan dragen, waardoor geen afgeleid verblijfsrecht op grond van artikel 20 VWEU Pro bestond.
De Raad van State oordeelde dat de vader het kind erkend heeft en gezamenlijk gezag uitoefent. De verklaring van de vader dat hij niet voor het kind kan zorgen, was onvoldoende om aan te nemen dat hij feitelijk niet voor het kind zorgt. Ook de omstandigheden omtrent het ontbreken van contact waren onvoldoende om dit te onderbouwen.
Daarom werd het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond verklaard, de uitspraak van de voorzieningenrechter vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van de verblijfsvergunning gehandhaafd.