ECLI:NL:RVS:2014:2124
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.H.M. van Altena
- N. Verheij
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens wijziging ontgrondingenvergunning Zevenhuizerplas
Het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland wijzigde op 31 januari 2011 een ontgrondingenvergunning voor zandwinning in de Zevenhuizerplas, waarbij onder meer een taludhelling van 1:6 werd voorgeschreven. De zandwinning werd in augustus 2010 beëindigd met een hoeveelheid zand die lager was dan maximaal toegestaan.
Appellanten, voormalige grondeigenaren, vorderden schadevergoeding omdat zij minder vergoeding ontvingen door de lagere zandwinning. Het college wees dit verzoek af, stellende dat de schade niet het directe gevolg was van het besluit, maar van de keuze van de vergunninghouder om te stoppen met winnen. Tevens werd het verzoek aangemerkt als nadeelcompensatie op grond van het gelijkheidsbeginsel.
In beroep werd aangevoerd dat het college de belangen van appellanten niet had meegewogen en dat het verzoek onterecht niet als schadevergoeding op grond van de Ontgrondingenwet werd behandeld. De Afdeling oordeelde dat het besluit, behalve enkele vernietigde voorschriften, rechtmatig is en dat appellanten geen recht ontlenen aan de hoeveelheid te winnen zand. Er is geen rechtstreeks verband tussen het besluit en de schade. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om schadevergoeding wegens wijziging van de ontgrondingenvergunning is ongegrond verklaard.