ECLI:NL:RVS:2014:2100
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging terugkeerbesluit vreemdeling wegens onjuiste gronden
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft een terugkeerbesluit uitgevaardigd waarbij de vreemdeling werd opgedragen de EU onmiddellijk te verlaten. De rechtbank heeft dit besluit vernietigd en een schadevergoeding toegekend, omdat onvoldoende was aangetoond dat de vreemdeling Bulgaarse nationaliteit bezat en de gronden voor het terugkeerbesluit onvoldoende waren onderbouwd.
De staatssecretaris stelde dat de vreemdeling niet had aangetoond EU-burger te zijn en dat het terugkeerbesluit daarom terecht was genomen. De Afdeling oordeelde dat de rechtmatigheid van het besluit moet worden beoordeeld op basis van de feiten op het moment van besluitvorming. Pas op 21 juni 2013 was bevestigd dat de vreemdeling Bulgaarse nationaliteit had, zodat het besluit van 7 juni 2013 niet onbevoegd was genomen.
Verder was de grond dat de vreemdeling zich zonder noodzaak van reis- of identiteitsdocumenten had ontdaan niet aannemelijk, aangezien de vreemdeling verklaarde dat zijn document was gestolen en de staatssecretaris dit niet had weerlegd. Ook de overige gronden boden onvoldoende basis om aan te nemen dat de vreemdeling zich aan toezicht zou onttrekken.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, inclusief de toegekende proceskostenvergoeding aan de vreemdeling.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de vernietiging van het terugkeerbesluit en veroordeelt de staatssecretaris tot proceskostenvergoeding.