ECLI:NL:RVS:2014:2068
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake rechtsgevolgen afgewezen asielaanvraag en proceskostenveroordeling
De vreemdeling diende op 29 mei 2013 een asielaanvraag in Nederland in, maar deze werd door de staatssecretaris op 4 juni 2013 afgewezen omdat Malta verantwoordelijk was voor de behandeling van het verzoek op grond van de Dublinverordening. De voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De vreemdeling stelde dat de voorzieningenrechter ten onrechte de rechtsgevolgen in stand had gelaten, omdat onvoldoende was onderzocht of hij bij overdracht aan Malta het risico liep op detentie. Hij had verklaard dat hij in Malta was ontsnapt uit detentie en illegaal was uitgereisd met valse papieren, maar deze verklaringen waren volgens hem ten onrechte niet als geloofwaardig beoordeeld.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom de verklaringen van de vreemdeling niet aannemelijk waren om het detentierisico te onderbouwen. Daarom was het onjuist dat de voorzieningenrechter de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand liet. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de betreffende uitspraak van de rechtbank vernietigd en de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het deel van de uitspraak dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand liet en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.