ECLI:NL:RVS:2014:206
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid terugkeerbesluit en vernietiging eerdere niet-ontvankelijkverklaring
De staatssecretaris heeft op 27 maart 2013 een terugkeerbesluit genomen waarin de vreemdeling werd opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten. De vreemdeling stelde beroep in tegen dit besluit en tegen een maatregel van bewaring. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het terugkeerbesluit niet-ontvankelijk wegens het niet tijdig overleggen van een afschrift van het besluit en het ontbreken van gronden in het beroepschrift.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het beroep niet-ontvankelijk had verklaard, omdat de vreemdeling wel tijdig een afschrift had overgelegd en de gronden later alsnog had ingediend. Tevens werd benadrukt dat gelijktijdige behandeling van beroepen tegen terugkeerbesluiten en bewaringmaatregelen noodzakelijk is om het recht op een doeltreffende voorziening in rechte te waarborgen.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en toetste het terugkeerbesluit inhoudelijk. De gronden voor het terugkeerbesluit, waaronder het niet op de juiste wijze binnenkomen, het gebruik van valse documenten, het ontbreken van een vaste verblijfplaats, onvoldoende middelen van bestaan en een gevaar voor de openbare orde, werden beoordeeld. De vreemdeling betwistte slechts enkele gronden, maar deze werden geacht voldoende grond te bieden voor het besluit.
Uiteindelijk verklaarde de Afdeling het beroep ongegrond en wees zij een proceskostenveroordeling af. Hiermee werd het terugkeerbesluit bevestigd en de eerdere niet-ontvankelijkverklaring van het beroep vernietigd.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard en de eerdere niet-ontvankelijkverklaring wordt vernietigd.