ECLI:NL:RVS:2014:2044
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak voorzieningenrechter en ongegrond verklaring beroep vreemdeling inzake asielverblijfsvergunning
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 17 januari 2014 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en beval een hernieuwde beoordeling. De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de voorzieningenrechter ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris niet in redelijkheid artikel 31, tweede lid, aanhef en onder f, van de Vreemdelingenwet 2000 aan de vreemdeling kon tegenwerpen wegens het ontbreken van de taskera. De vreemdeling had niet aannemelijk gemaakt dat het ontbreken van dit document niet aan hem was toe te rekenen.
Verder stelde de Afdeling dat de voorzieningenrechter onvoldoende had beoordeeld of het asielrelaas van de vreemdeling positieve overtuigingskracht had. De staatssecretaris mocht het relaas van de vreemdeling en zijn geloofwaardigheid beoordelen en had dit terecht als ongeloofwaardig beschouwd, mede gelet op het proces van bekering en de omstandigheden in Afghanistan.
Daarom werd het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond verklaard, het vonnis van de voorzieningenrechter vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt bevestigd.