ECLI:NL:RVS:2014:2026
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verlof voor het voorhanden hebben van wapens en munitie wegens wederspannigheid
De korpschef van de politieregio Limburg-Zuid weigerde appellant een verlof voor het voorhanden hebben van wapens en munitie. De staatssecretaris verklaarde het beroep van appellant tegen deze weigering ongegrond, waarna ook de rechtbank Limburg dit oordeel bevestigde. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De weigering is gebaseerd op artikel 7 van Pro de Wet wapens en munitie (Wwm) en de Circulaire Wapens en Munitie 2012, die een restrictief beleid voorschrijven bij twijfel over de betrouwbaarheid van een aanvrager. Uit de justitiële documentatie bleek dat appellant een transactie had aanvaard wegens wederspannigheid bij een aanhouding, wat volgens de staatssecretaris reden geeft te vrezen dat het verlof niet verantwoord is.
Appellant voerde aan dat het incident berust op een misverstand en dat hij de boete betaalde om van de zaak af te zijn, zonder zich te realiseren dat dit gevolgen zou hebben voor het verlof. De Raad van State oordeelde echter dat de vrijwillige betaling van de transactie een aantasting van de rechtsorde inhoudt en dat van een vergunninghouder stipte naleving van wettelijke voorschriften mag worden verwacht.
De Raad van State bevestigde het oordeel van de staatssecretaris en de rechtbank dat het verlof terecht is geweigerd en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van het verlof bevestigd.