ECLI:NL:RVS:2014:1994
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens onvoldoende toetsing verblijfsvergunning minderjarige
Bij besluit van 1 februari 2013 wees de staatssecretaris een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af voor vreemdeling 1 en haar minderjarige dochter, vreemdeling 2, en legde een inreisverbod op. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdelingen ongegrond, maar had het besluit voor vreemdeling 2 niet getoetst. De vreemdelingen stelden dat de rechtbank dit had moeten doen, mede vanwege een vaderschapsonderzoek en het gelijkheidsbeginsel.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het toetsingskader voor opvolgende aanvragen niet van toepassing is op vreemdeling 2, omdat het besluit haar eerste aanvraag betrof. De rechtbank had dit moeten onderkennen en het besluit voor vreemdeling 2 moeten toetsen. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd voor zover deze het besluit voor vreemdeling 2 niet had getoetst.
De zaak werd terugverwezen naar de rechtbank voor verdere behandeling, waarbij de staatssecretaris gelegenheid krijgt om standpunten in te nemen over het vaderschapsonderzoek en de stukken over het gelijkheidsbeginsel. De proceskosten in hoger beroep werden vastgesteld op €487, en de rechtbank beslist over de vergoeding daarvan.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd voor zover het besluit over de minderjarige vreemdeling niet is getoetst, waarna de zaak is terugverwezen.