ECLI:NL:RVS:2014:1969
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- E. Steendijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over inreisverbod en vreemdelingenbewaring wegens schending procedurele regels
De staatssecretaris heeft op 29 maart 2014 een besluit genomen waarbij de vreemdeling werd opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod werd uitgevaardigd. Tevens werd de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 14 april 2014 de beroepen ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Kern van het hoger beroep was dat de rechtbank het onderzoek ter zitting had geschorst en vervolgens zonder nadere behandeling en zonder toestemming van de vreemdeling het onderzoek had gesloten, terwijl de staatssecretaris nadere informatie had ingebracht.
De Afdeling oordeelde dat deze handelwijze niet verenigbaar is met artikel 8:64, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, omdat geen toestemming van de vreemdeling was verleend voor het achterwege laten van een nadere zitting. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor nieuwe behandeling met inachtneming van de juiste procedurele regels. Tevens werd de proceskostenvergoeding vastgesteld en aan de rechtbank opgedragen hierover te beslissen.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor nieuwe behandeling.