ECLI:NL:RVS:2014:1948
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen subsidievaststelling PBL-voorziening door CVZ
Stichting MEE Noord en Midden Limburg maakte bezwaar tegen het besluit van het College voor zorgverzekeringen (CVZ) om de subsidie voor 2011 vast te stellen waarbij de dotatie aan de voorziening Persoonlijk Budget Levensfase (PBL) gedeeltelijk werd afgetrokken. Het CVZ stelde dat alleen de dotatie voor daadwerkelijk opgebouwde PBL-uren subsidiabel is, niet voor toekomstige verplichtingen.
De stichting betoogde dat de Regeling subsidies AWBZ het vormen van een PBL-voorziening expliciet toestaat en dat ook toekomstige kosten subsidiabel moeten zijn, mede op grond van de CAO Gehandicaptenzorg en het jaarrekeningenrecht. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat alleen werkelijke en doelmatige lasten subsidiabel zijn en dat toekomstige PBL-uren onzekere kosten betreffen die niet als waarschijnlijk of vaststaand kunnen worden aangemerkt.
Verder verwierp de Afdeling het beroep op het verbod van willekeur en het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel, omdat de situatie in 2011 anders was dan in voorgaande jaren. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van Stichting MEE Noord en Midden Limburg tegen het subsidiebesluit PBL 2011 is ongegrond verklaard.