ECLI:NL:RVS:2014:1930
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling subsidievaststelling en dotatie aan voorziening Persoonlijk Budget Levensfase
Het College voor zorgverzekeringen (CVZ) stelde bij besluit van 24 januari 2013 de subsidie voor Stichting MEE West-Brabant over 2011 vast en trok daarbij een deel van de dotatie aan de voorziening Persoonlijk Budget Levensfase (PBL) af omdat deze betrekking had op toekomstige verplichtingen die nog niet waren opgebouwd.
De stichting voerde aan dat de dotatie aan de voorziening PBL subsidiabel was op grond van de Regeling subsidies AWBZ en het Burgerlijk Wetboek, omdat zij verplicht was een voorziening te vormen voor zowel opgebouwde als op te bouwen PBL-uren en deze kosten als waarschijnlijk of vaststaand moesten worden aangemerkt.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat alleen werkelijke en doelmatige lasten subsidiabel zijn en dat toekomstige PBL-uren afhankelijk zijn van onzekere factoren, waardoor de dotatie voor niet-opgebouwde uren niet subsidiabel is. Ook het beroep op het verbod van willekeur, het vertrouwensbeginsel en rechtszekerheidsbeginsel faalde, evenals het betoog dat het aantal PBL-uren onjuist was vastgesteld.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van Stichting MEE West-Brabant tegen het subsidievaststellingsbesluit van het CVZ over 2011 wordt ongegrond verklaard.