ECLI:NL:RVS:2014:1899
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verklaring omtrent gedrag voor chauffeurskaart na verkeersovertredingen
De staatssecretaris heeft op 8 februari 2013 geweigerd een verklaring omtrent gedrag (VOG) te verlenen aan appellant voor het verkrijgen van een chauffeurskaart. Deze weigering werd gehandhaafd in het besluit op bezwaar en door de rechtbank Oost-Brabant, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De beoordeling van de VOG-aanvraag vond plaats aan de hand van objectieve en subjectieve criteria zoals vastgelegd in de Beleidsregels VOG-NP-RP 2013. De staatssecretaris baseerde de weigering op meerdere justitiële gegevens, waaronder ernstige verkeersovertredingen met geldboetes, voorwaardelijke rijontzeggingen en transacties, die binnen de terugkijktermijn vielen en een risico voor de samenleving vormden.
Appellant voerde aan dat vijf van de zes feiten niet door hemzelf maar door zijn personeel waren gepleegd en dat zijn persoonlijke omstandigheden onvoldoende werden meegewogen. De rechtbank en de Raad van State verwierpen deze argumenten, stellende dat de staatssecretaris mocht uitgaan van de gegevens in het Justitieel Documentatie Systeem en dat de persoonlijke omstandigheden onvoldoende bijzonder waren om afgifte van de VOG te rechtvaardigen.
De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de VOG vanwege verkeersovertredingen en risico voor de samenleving.