ECLI:NL:RVS:2014:1831
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.B.M. Hent
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrond verklaring beroep vreemdeling in asielzaak
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag die het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel gegrond had verklaard. De Afdeling bestuursrechtspraak toetste het oordeel van de rechtbank over de geloofwaardigheid van het asielrelaas en de motivering van de staatssecretaris.
De Afdeling overwoog dat de rechtbank ten onrechte een zelfstandig oordeel over de geloofwaardigheid van het asielrelaas had gegeven in plaats van terughoudend te toetsen of de staatssecretaris zich in redelijkheid op zijn standpunt kon stellen. De staatssecretaris had de vreemdeling terecht verweten dat haar asielrelaas positieve overtuigingskracht ontbeerde vanwege tegenstrijdigheden en onduidelijkheden in haar verklaringen en de medische rapportages.
Verder oordeelde de Afdeling dat de staatssecretaris geen onzorgvuldigheden had begaan bij het opvragen van ambtsberichten, het horen van de vreemdeling en de beoordeling van haar medische toestand. De vreemdeling had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij bij terugkeer naar Armenië een reëel risico loopt op vervolging of een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning gehandhaafd.