ECLI:NL:RVS:2014:1824
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.B.M. Hent
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardig asielrelaas
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie had een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De rechtbank had dit besluit vernietigd en de staatssecretaris opgedragen een nieuw besluit te nemen. De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank het toetsingskader voor de geloofwaardigheid van het asielrelaas onjuist had toegepast door zelf een oordeel te vellen in plaats van terughoudend te toetsen of de staatssecretaris zich in redelijkheid op zijn standpunt kon stellen. De Afdeling stelde dat de staatssecretaris terecht had geoordeeld dat het asielrelaas onvoldoende positieve overtuigingskracht had, mede vanwege summiere en bevreemdende verklaringen over de situatie van de ouders en over een ontvoering.
Verder faalden de bezwaren van de vreemdeling dat zijn psychische toestand onvoldoende was meegewogen, dat zijn verklaringen niet waren vergeleken met objectieve bronnen, en dat hij bij terugkeer een reëel risico loopt op vervolging of onmenselijke behandeling. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag blijft in stand.