ECLI:NL:RVS:2014:1816
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring beroep tegen niet tijdig nemen besluit dwangsom
Appellant stelde de minister in gebreke wegens het niet tijdig nemen van een besluit over de verschuldigdheid en hoogte van een dwangsom. De minister reageerde met een brief die later als besluit werd aangemerkt en waarin een dwangsom werd vastgesteld. Appellant stelde vervolgens beroep in tegen het niet tijdig nemen van het besluit, maar de rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang.
In hoger beroep betoogde appellant dat de rechtbank ten onrechte geen proceskostenvergoeding en griffierechtvergoeding had toegewezen, omdat het besluit pas tijdens het beroep was genomen. De Afdeling oordeelde dat de brief van de minister een besluit was in de zin van de Awb en dat de minister niet in gebreke was. Hierdoor was het beroep van meet af aan niet-ontvankelijk.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak werd in het openbaar uitgesproken op 21 mei 2014.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd zonder proceskostenvergoeding.