ECLI:NL:RVS:2014:1791
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C. Kranenburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening kinderopvangtoeslag en terugvordering door Belastingdienst
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de herziening van haar kinderopvangtoeslag door de Belastingdienst/Toeslagen voor de jaren 2007 en 2008. De Belastingdienst stelde de toeslag voor 2007 op nihil en vorderde een bedrag van €7.296 terug, terwijl voor 2008 de toeslag werd vastgesteld op €10.976 met een terugvordering van €4.915.
De rechtbank oordeelde dat appellante geen aanspraak had op toeslag over 2008 omdat zij niet had aangetoond de kosten daadwerkelijk te hebben betaald. Appellante voerde aan dat het voldoende was dat zij de kosten verschuldigd was, onderbouwd met een schuldbekentenis, maar dit werd door de Afdeling verworpen vanwege het belang van daadwerkelijke betaling binnen het toeslagjaar.
Verder stelde appellante dat de Belastingdienst het evenredigheidsbeginsel had geschonden door geen toeslag toe te kennen, terwijl zij een deel van de kosten had betaald. De Afdeling oordeelde dat alleen op basis van schriftelijke overeenkomsten aanspraak bestaat en dat de verstrekte jaaropgave niet overeenkwam met de betaalde kosten, waardoor de toeslag terecht op nihil was gesteld.
Appellante trok haar hoger beroep voor het besluit over 2007 in nadat de Belastingdienst de toeslag herzien had vastgesteld. De Afdeling veroordeelde de Belastingdienst tot vergoeding van proceskosten voor het beroep en hoger beroep, maar wees vergoeding van kosten in de bezwaarfase af omdat het verzoek te laat was gedaan.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.