ECLI:NL:RVS:2014:179
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel en schending zorgvuldigheid bij medische advisering
De zaak betreft de afwijzing van aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd door de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel, en de ambtshalve weigering om uitzetting van een vreemdeling achterwege te laten. De rechtbank had de beroepen van de vreemdelingen gegrond verklaard en de besluiten vernietigd. De staatssecretaris stelde hoger beroep in.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de verklaringen van vreemdeling 1 over zijn ontsnapping ongeloofwaardig waren zonder positieve overtuigingskracht toe te kennen. De Afdeling benadrukt dat in asielzaken verklaringen in beginsel geloofwaardig worden geacht, tenzij sprake is van omstandigheden die dit tegenspreken. Vreemdeling 1 heeft zijn asielrelaas onvoldoende aannemelijk gemaakt, maar de rechtbank heeft onvoldoende rekening gehouden met de vereiste positieve overtuigingskracht.
Daarnaast is geoordeeld dat het Bureau Medische Advisering (BMA) in het advies aan de staatssecretaris niet adequaat is ingegaan op de psychische klachten van vreemdeling 2, terwijl deze klachten relevant zijn. Hierdoor is het besluit van 5 september 2012, voor zover gebaseerd op artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en het BMA-advies, vernietigd wegens schending van de zorgvuldigheidsplicht.
De overige beroepen van de vreemdelingen worden ongegrond verklaard. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van vreemdeling 2.
Uitkomst: Hoger beroep gegrond verklaard, uitspraak rechtbank vernietigd, besluit medische advisering vernietigd, overige beroepen ongegrond.