ECLI:NL:RVS:2014:1768
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Th.G. Drupsteen
- S.F.M. Wortmann
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen watervergunning en omgevingsvergunning voor aanleg rietmoeras IJsseldelta-Zuid
Het geschil betreft een beroep van een melkveehouder tegen besluiten waarbij vergunningen zijn verleend voor de aanleg van een rietmoeras en een tijdelijk gronddepot in het kader van het project 'Gebiedsontwikkeling IJsseldelta-Zuid'. De vergunningen zijn verleend door het dagelijks bestuur van de provincie Overijssel, het college van burgemeester en wethouders van Kampen en de staatssecretaris van Economische Zaken.
De appellant vreesde onder meer vernatting van haar gepachte percelen, verspreiding van dierziekten door insecten, beperkingen uit de Natuurbeschermingswet, onvoldoende alternatieve locaties, financiële uitvoerbaarheid en onvoldoende schaderegeling. Deze bezwaren zijn door het college en het dagelijks bestuur gemotiveerd weerlegd aan de hand van hydrologische rapporten, passende beoordelingen en beleidsregels.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de vergunningen in strijd zijn met een goede ruimtelijke ordening. De bezwaren tegen de watervergunning en ontheffing op grond van de Flora- en faunawet falen eveneens, mede omdat onrechtmatigheid van de omgevingsvergunningen niet automatisch leidt tot weigering van de watervergunning.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak bevestigt de rechtmatigheid van de vergunningverlening binnen het kader van het project en de toegepaste regelgeving.
Uitkomst: Het beroep tegen de verleende vergunningen en ontheffing wordt ongegrond verklaard.