ECLI:NL:RVS:2014:1705
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening voorschot kinderopvangtoeslag 2009 op nihil door Belastingdienst
De Belastingdienst/Toeslagen heeft het voorschot kinderopvangtoeslag over 2009 voor appellant herzien vastgesteld op nihil. Appellant stelde dat ook vorderingen op de gastouder tot de kosten behoren en dat hij kosten heeft gemaakt die niet volledig zijn erkend. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad van State bevestigt dit oordeel.
De Afdeling overwoog dat alleen daadwerkelijk betaalde kosten meetellen en dat vorderingen niet tot de kosten gerekend kunnen worden. Appellant kon niet aannemelijk maken dat hij de gestelde kosten had gemaakt, ondanks overgelegde kwitanties. Verder ontbrak een schriftelijke overeenkomst zoals vereist volgens artikel 52 Wko Pro, waardoor geen aanspraak op toeslag bestond.
Ook het betoog dat appellant te goeder trouw handelde en niet wist dat hij later bewijs moest leveren, faalde. De Afdeling benadrukte dat het tijdsverloop en het vertrouwen in het voorschot geen recht geven op toeslag zonder bewijs van kosten. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het voorschot kinderopvangtoeslag 2009 wordt bevestigd op nihil.