ECLI:NL:RVS:2014:1642
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H. van Kreveld
- G.M.H. Hoogvliet
- J.W. van de Gronden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving gebruiksverbod loonwerk- en grondverzetactiviteiten in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Aalburg legde appellant een last onder dwangsom op om het gebruik van percelen voor loonwerk- en grondverzetwerkzaamheden te beëindigen, omdat dit in strijd was met het bestemmingsplan. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen dit besluit.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling overwoog dat het gebruik van de percelen niet binnen de toegestane bestemmingen viel en dat de loonwerk- en grondverzetactiviteiten niet als agrarische bedrijfsactiviteiten konden worden aangemerkt. Het beroep op overgangsrecht faalde omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat het gebruik ononderbroken en gelijkwaardig aan het agrarisch loonwerk van de peildatum was voortgezet.
Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen, aangezien geen concrete, ondubbelzinnige toezeggingen van het college waren gedaan. Het college was bovendien bevoegd en gerechtvaardigd om handhavend op te treden, omdat het gebruik in strijd was met het bestemmingsplan en dit geen overtreding van geringe aard betrof.
De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt het handhavingsbesluit en wijst het hoger beroep af.