ECLI:NL:RVS:2014:1628
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- A. Hammerstein
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestuurlijke boete wegens onjuiste kwalificatie HCG als geneesmiddel
De minister legde [appellante] een bestuurlijke boete op wegens overtreding van artikel 84 van Pro de Geneesmiddelenwet door reclame te maken voor humane choriongonadotropine (HCG) zonder handelsvergunning. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen omdat de HCG als geneesmiddel werd aangemerkt op basis van het toedieningscriterium.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank onjuist heeft geoordeeld dat de toegediende HCG als geneesmiddel moet worden aangemerkt. De hoeveelheid HCG die [appellante] injecteert is aanzienlijk kleiner dan in het geneesmiddel Brevactid, waarvoor een handelsvergunning bestaat, en dient een ander doel (afslankkuur). Wetenschappelijke studies tonen onvoldoende aan dat deze hoeveelheid HCG een farmacologisch effect heeft.
Daarnaast is de presentatie van HCG op de website van [appellante] niet zodanig dat het als geneesmiddel kan worden beschouwd onder het aandieningscriterium, omdat het niet wordt gepresenteerd als geschikt voor genezing of voorkoming van ziekte.
De Raad van State vernietigt daarom het besluit van de minister en de uitspraak van de rechtbank voor zover de rechtsgevolgen van het besluit in stand zijn gelaten. Het besluit van 8 juni 2012 wordt herroepen en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot oplegging van de bestuurlijke boete wordt vernietigd en het besluit van 8 juni 2012 wordt herroepen.