ECLI:NL:RVS:2014:1548
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor woninguitbreiding ondanks bezwaar eigenaar
Het dagelijks bestuur verleende op 12 december 2011 een omgevingsvergunning aan de bewoner van een woning in Amsterdam voor gedeeltelijke vernieuwing, verandering en vergroting van de woning op de derde verdieping en zolder. De eigenaar van de woning maakte bezwaar tegen deze vergunning, stellende dat hij geen toestemming had gegeven voor de veranderingen en dat de vergunning niet aan het Bouwbesluit 2003 zou voldoen.
De rechtbank verklaarde het beroep van de eigenaar ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat de bewoner wel degelijk belanghebbende is bij de aanvraag, ook al is de eigenaar niet akkoord. Verder werd overwogen dat de wijziging van de bouwtekeningen van ondergeschikte aard was en dat het dagelijks bestuur terecht de gewijzigde tekening als onderdeel van de vergunning had betrokken.
De Raad van State verwierp de bezwaren dat de vergunning niet overeenkomt met de feitelijke situatie en dat niet aan het Bouwbesluit wordt voldaan, onder meer omdat het dagelijks bestuur zich kon baseren op een deskundigenrapport en een brandweeradvies. Ook werd geoordeeld dat de brandveiligheid voldoende is gewaarborgd, mede door de aanwezigheid van brandmeldinstallaties. Een nieuw betoog over de vergunning voor splitsing van de woning werd buiten behandeling gelaten. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning bevestigd.