ECLI:NL:RVS:2014:1499
Raad van State
- Hoger beroep
- A.B.M. Hent
- E. Steendijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd, welke door de minister werd afgewezen bij besluit van 20 maart 2012, aangevuld bij brief van 13 maart 2013. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond, waarbij zij het besluit van 20 maart 2012 als een besluit van gelijke strekking aan een eerdere afwijzing van 31 augustus 2002 aanmerkte.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt dat het besluit van 20 maart 2012 niet van gelijke strekking is aan het eerdere besluit van 31 augustus 2002, omdat het eerste ziet op een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd en het tweede op een vergunning voor bepaalde tijd. Ook het besluit van 31 januari 2006, waarbij een vergunning voor bepaalde tijd werd verleend, kan niet als afwijzend besluit worden aangemerkt.
Hierdoor heeft de rechtbank het verkeerde toetsingskader toegepast. De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en wijst de zaak terug voor nieuwe behandeling en beslissing. Tevens stelt zij de proceskosten in hoger beroep vast op €487,00 en bepaalt dat de rechtbank beslist over de vergoeding daarvan.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor nieuwe behandeling.