ECLI:NL:RVS:2014:1446
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- C.J. Borman
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing uitkering schadefonds geweldsmisdrijven wegens onvoldoende objectieve aanwijzingen
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een uitkering uit het schadefonds geweldsmisdrijven, stellende slachtoffer te zijn van een mishandeling op 27 juli 2008. De commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (CSG) wees de aanvraag af wegens onvoldoende objectieve gegevens die het geweldsmisdrijf en de rol van appellant aannemelijk maken.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. Hij verwees naar een arrest van het gerechtshof in een strafzaak tegen hem, waarin werd overwogen dat sprake was van een aaneenschakeling van gebeurtenissen waarbij ook appellant gewond raakte, en dat geweld tegen hem niet uitgesloten kon worden. Tevens stelde appellant dat de verklaringen die de CSG gebruikte onbetrouwbaar waren.
De Raad van State oordeelt dat het aan appellant is om met voldoende objectieve aanwijzingen aannemelijk te maken dat hij slachtoffer is van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf. De overwegingen van het hof in de strafzaak bieden hiervoor geen voldoende aanwijzing. Ook het betoog over onbetrouwbare verklaringen faalt, omdat zelfs zonder deze verklaringen geen voldoende objectieve aanwijzingen aanwezig zijn.
Daarom is het oordeel van de rechtbank dat de CSG de uitkering terecht heeft geweigerd, juist en op goede gronden. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de uitkering bevestigd.