ECLI:NL:RVS:2014:1397
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- G. van der Wiel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na beroep tegen overdracht naar Italië
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de staatssecretaris op 19 november 2013 werd afgewezen. De voorzieningenrechter vernietigde dit besluit en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen. De staatssecretaris wees de aanvraag op 10 februari 2014 opnieuw af, waarna de vreemdeling beroep instelde.
De vreemdeling stelde dat overdracht naar Italië niet kon plaatsvinden vanwege schendingen van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 van Pro het Handvest, onderbouwd met diverse rapporten over de erbarmelijke opvang en procedurele tekortkomingen in Italië. De staatssecretaris betoogde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel nog steeds geldt en verwees naar jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de aangevoerde rapporten en omstandigheden onvoldoende zijn om het vertrouwensbeginsel te doorbreken. Het beroep werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en het besluit van 10 februari 2014 bevestigd. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel en de overdracht naar Italië wordt ongegrond verklaard en het besluit bevestigd.