ECLI:NL:RVS:2014:1200
Raad van State
- Hoger beroep
- S.F.M. Wortmann
- W. Sorgdrager
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit vergoeding bedrijfsverplaatsing intensieve veehouderij Limburg
Het college van gedeputeerde staten van Limburg wees de aanvraag van appellant voor een tegemoetkoming en subsidie voor de verplaatsing van zijn veehouderij in het kader van het Project verplaatsing intensieve veehouderijen Noord- en Midden-Limburg 2009 aanvankelijk af. Na bezwaar en beroep verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom niet meer dan 80% van de gecorrigeerde vervangingswaarde van de bedrijfsgebouwen werd vergoed, mede gelet op een door appellant overgelegd rapport kostenvergelijking. Het college werd opgedragen dit gebrek te herstellen. Bij een nieuw besluit handhaafde het college het standpunt dat de verplaatsing gelijkgesteld kon worden aan een samenvoeging, waarbij de vergoeding maximaal 80% bedraagt.
Appellant voerde aan dat het college onvoldoende rekening hield met specifieke kosten en omstandigheden die hogere vergoeding rechtvaardigen. De Afdeling stelde vast dat het college terecht uitging van lagere kosten bij samenvoeging dan bij nieuwvestiging, en dat het rapport geen aanleiding gaf het algemene uitgangspunt te verlaten. Het beroep tegen het besluit van 7 december 2010 werd gegrond verklaard en het besluit vernietigd; het beroep tegen het besluit van 7 januari 2014 werd ongegrond verklaard.
De Afdeling veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant. De uitspraak werd gedaan door de voorzitter en twee leden van de Afdeling in aanwezigheid van een ambtenaar van staat.
Uitkomst: Het besluit van 7 december 2010 wordt vernietigd en het hoger beroep gegrond verklaard; het beroep tegen het besluit van 7 januari 2014 wordt ongegrond verklaard.