ECLI:NL:RVS:2014:1181
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H. van Kreveld
- B.J. van Ettekoven
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen SO2-emissieplafond vergunning Shell Nederland Raffinaderij
Het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland verleende op 16 september 2013 een vergunning aan Shell Nederland Raffinaderij B.V. voor de emissie van zwaveldioxide (SO2), met een emissieplafond van 4.317 ton per jaar. Stichting Natuur en Milieu stelde beroep in tegen dit besluit, stellende dat de emissie van de fakkels onjuist was vastgesteld en dat een nadere onderzoeksverplichting had moeten worden opgenomen.
De Raad van State oordeelde dat Natuur en Milieu ontvankelijk was omdat zij tijdig een zienswijze had ingediend. De Afdeling bestuursrechtspraak verwees naar eerdere uitspraken waarin gebreken in de vergunning waren vastgesteld en deels hersteld. De Afdeling bevestigde dat de emissiewaarde van 1.500 ton SO2 voor de fakkels in overeenstemming is met de beste beschikbare technieken (BBT) en dat het beroep hierover faalt.
Ten aanzien van de SO2-emissie van de zwavelterugwinningsinstallaties (SRU’s) stelde Natuur en Milieu dat de emissie van 1.446 ton per jaar te hoog was en dat 634 ton per jaar had moeten worden gehanteerd. De Afdeling oordeelde dat het college terecht de bubble-benadering toepaste, waarbij emissies van verschillende installaties worden gecompenseerd. De gehanteerde emissiewaarde van 1.446 ton voldoet aan BBT en de lagere feitelijke emissies in de praktijk rechtvaardigen geen aanpassing van het plafond.
De Afdeling verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van Stichting Natuur en Milieu tegen het SO2-emissieplafond in de vergunning voor Shell is ongegrond verklaard.