ECLI:NL:RVS:2014:1139
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- G.M.H. Hoogvliet
- B.J. van Ettekoven
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag Nederlands paspoort minderjarig kind wegens ontbreken Nederlanderschap
De minister heeft op 13 augustus 2010 de aanvraag van appellant om een Nederlands paspoort voor zijn minderjarige kind afgewezen, omdat het kind niet van rechtswege Nederlander is. Dit is gebaseerd op het feit dat appellant ten tijde van de geboorte van het kind op 26 februari 2003 nog getrouwd was met twee vrouwen, waardoor er geen familierechtelijke betrekkingen tussen vader en kind zijn ontstaan volgens de Nederlandse wetgeving.
Appellant had het eerdere huwelijk met persoon A ontbonden door een eenzijdige islamitische verklaring (talaaq), maar deze ontbinding werd niet erkend in het Verenigd Koninkrijk, waar het kind en appellant verblijven. De Nederlandse ambassade bevestigde dat een talaaq-scheiding in het Verenigd Koninkrijk geen rechtsgevolg heeft zonder een civiele rechterlijke uitspraak.
De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard, en de Raad van State bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat de minister terecht het paspoort niet in behandeling heeft genomen en dat het kind niet automatisch Nederlander is. Ook faalt het betoog van appellant dat het kind statenloos zou zijn of dat de rechtbank onterecht niet op zijn argumenten is ingegaan.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag voor een Nederlands paspoort wordt bevestigd.