ECLI:NL:RVS:2014:1135
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- C.J. Borman
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat beëindiging uitstel van vertrek vreemdeling niet onrechtmatig is
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft het bezwaar van de vreemdeling tegen de afwijzing van zijn aanvraag verblijfsvergunning en het beëindigen van zijn uitstel van vertrek ongegrond verklaard. De rechtbank had dit besluit vernietigd en de zaak terugverwezen.
De Raad van State oordeelt dat het advies van het Bureau Medische Advisering (BMA) zorgvuldig en inzichtelijk is opgesteld, waarbij het BMA heeft vastgesteld dat de vreemdeling niet medisch afhankelijk is van mantelzorg, maar professionele zorg ontvangt. De Raad verwerpt het betoog van de vreemdeling dat een nieuw advies noodzakelijk was vanwege een beschermde woonvoorziening.
Ook het beroep op artikel 8 EVRM Pro over het recht op familie- en privéleven faalt, omdat de staatssecretaris terecht heeft geoordeeld dat geen sprake is van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheid van familie en dat terugkeer naar Marokko redelijkerwijs kan worden verlangd.
De Raad verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van het uitstel van vertrek blijft in stand.