ECLI:NL:RVS:2014:1109
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking verblijfsvergunning wegens overschrijding bezwaartermijn
De vreemdeling had een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd die op 19 juli 2004 werd ingetrokken omdat hij zijn hoofdverblijf buiten Nederland zou hebben gevestigd. Tegen dit besluit maakte hij bezwaar, maar dit werd op 13 maart 2012 niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn van vier weken.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond omdat de overschrijding van de termijn niet verschoonbaar zou zijn. De vreemdeling stelde echter dat hij ernstige psychiatrische problemen heeft, analfabeet is en een zwervend bestaan leidt, waardoor hij niet kon worden verwacht zijn post te controleren.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de overschrijding niet verschoonbaar is. Gezien de psychiatrische aandoeningen en de omstandigheden van de vreemdeling had men niet mogen verwachten dat hij zijn post zou controleren. Daarom wordt het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard.
De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht aan de vreemdeling. Hiermee wordt het besluit van 13 maart 2012 vernietigd en wordt de zaak terugverwezen voor verdere behandeling.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak en verklaart het beroep van de vreemdeling gegrond wegens verschoonbare overschrijding van de bezwaartermijn.