ECLI:NL:RVS:2014:1108
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- R. van der Spoel
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel ondanks belangen minderjarige kind
Bij besluit van 10 mei 2012 wees de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit vanwege onvoldoende motivering omtrent de belangen van haar minderjarige zoon.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat de belangen van het kind niet waren betrokken, omdat de asielprocedure primair gericht is op het gezin als geheel en niet op individuele belangen van kinderen zonder zelfstandige asielmotieven. De Afdeling oordeelde dat het besluit onvoldoende gemotiveerd was en bevestigde het oordeel van de rechtbank.
Echter, de Afdeling bepaalde dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven, omdat in hoger beroep is toegelicht dat het gezin, inclusief het minderjarige kind, geen bescherming behoeft. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €487,00.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt vernietiging van het besluit wegens onvoldoende motivering maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand.