ECLI:NL:RVS:2014:108
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- A.B.M. Hent
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking Nederlanderschap wegens fraude bij naturalisatie
Appellant had in 1996 het Nederlanderschap verkregen via naturalisatie, maar dit werd in 2007 ingetrokken door de minister vanwege fraude. De minister stelde dat appellant bij zijn naturalisatieverzoek relevante feiten had verzwegen, namelijk dat hij niet gescheiden was van zijn eerste echtgenote, ondanks het overleggen van een echtscheidingsakte die vals bleek.
Appellant voerde aan dat de echtscheidingsakte authentiek was en dat hij niet kon bewijzen dat hij niet gescheiden was, mede omdat hij geen verificatieonderzoek kon aanvragen bij een Nederlandse ambassade. De rechtbank had echter geoordeeld dat de staatssecretaris terecht de intrekking handhaafde en dat de geheimhouding van bepaalde stukken gerechtvaardigd was.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt deze uitspraak. Het verificatieonderzoek en het advies van de Adviescommissie consulaire zaken wezen uit dat de echtscheidingsakte vals was. Appellant kon zijn stellingen niet met objectief bewijs onderbouwen. De Afdeling oordeelt dat er geen sprake is van schending van het evenredigheidsbeginsel of het recht op gelijke proceskansen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van het Nederlanderschap blijft in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van het Nederlanderschap blijft in stand.