ECLI:NL:RVS:2014:1064
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W. Sorgdrager
- F.B. van der Maesen de Sombreff
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid aanwijzingsbesluit ondergrondse restafvalcontainers in Moerwijk Noord
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft bij besluit van 8 november 2011 Moerwijk Noord aangewezen als buurt waar ondergrondse restafvalcontainers (ORAC's) moeten worden gebruikt. [Appellant], bewoner van het wooncomplex aan het Willem Dreespark in deze buurt, maakte bezwaar tegen dit aanwijzingsbesluit. Het college verklaarde het bezwaar op 29 april 2013 ongegrond, waarna appellant beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Appellant stelde dat het college ten onrechte geen dwangsom toekende wegens het niet tijdig beslissen op zijn bezwaar, dat de bewoners niet waren betrokken bij het besluit en dat het aanwijzingsbesluit onrechtmatig was omdat de ORAC's al geplaatst waren voordat het besluit was genomen en vergunningen verleend. Het college stelde later alsnog een maximale dwangsom van €1.260 toe, waardoor het beroep op dat punt niet-ontvankelijk werd verklaard.
De Afdeling oordeelde dat het college niet verplicht was om een inspraakmogelijkheid te bieden via de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van de Awb, noch tot overleg met omwonenden. De feitelijke plaatsing van de ORAC's vóór het besluit was niet relevant voor de rechtmatigheid van het besluit. Het beroep is daarom voor het overige ongegrond verklaard. Proceskosten werden niet toegewezen omdat appellant het proceskostenformulier niet had ingevuld.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk voor het deel over de dwangsom en voor het overige ongegrond verklaard.