ECLI:NL:RVS:2014:1019
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongegrondheid beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel in algemene procedure
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 13 augustus 2013 de aanvraag van een vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de voorzieningenrechter, die op 6 september 2013 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris ging in hoger beroep bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de staatssecretaris de situatie in Irak, en meer specifiek Bagdad, deugdelijk had gemotiveerd en dat er geen uitzonderlijke omstandigheden waren die bescherming op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3, van de Vreemdelingenwet 2000 rechtvaardigden.
De Raad van State vernietigde daarom de uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen het afwijzingsbesluit ongegrond. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van zijn verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard.