ECLI:NL:RVS:2014:1017
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Vaststelling juiste bekendmaking ongewenstverklaring vreemdeling en ongegrondverklaring beroep
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag hoger beroep ingesteld, waarin de rechtbank het bezwaar van de vreemdeling tegen een besluit tot ongewenstverklaring ontvankelijk had verklaard en het besluit vernietigd. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat het besluit van 22 december 2010 tot ongewenstverklaring van de vreemdeling op juiste wijze bekend is gemaakt door mededeling in de Staatscourant, aangezien de vreemdeling niet langer woonachtig was op het laatst bekende adres en er geen gemachtigde bekend was.
De Afdeling verwijst naar eerdere jurisprudentie dat een bestuursorgaan pas verplicht is stukken aan een gemachtigde te zenden indien de belanghebbende dit expliciet heeft meegedeeld. Het enkele feit dat in een eerdere zaak een gemachtigde optrad, is onvoldoende. De rechtbank heeft dit niet goed beoordeeld, waardoor het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond wordt verklaard.
De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep van de vreemdeling tegen het besluit van 23 april 2013 wordt alsnog ongegrond verklaard. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen het besluit tot ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.