ECLI:NL:RVS:2014:1001
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- A.B.M. Hent
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en matiging bestuurlijke boete wegens overtredingen Wet arbeid vreemdelingen
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde aan appellant een boete op van €24.000 wegens drie overtredingen van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) en een boete van €4.500 wegens drie overtredingen van artikel 15, tweede lid, van de Wav. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze besluiten. De rechtbank Rotterdam vernietigde het besluit tot boeteoplegging voor artikel 15, tweede lid, en matigde deze boete tot nihil, maar handhaafde de boete voor artikel 2.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, stellende dat de rechtbank onvoldoende motiveerde waarom de boete voor artikel 15 werd Pro gematigd. Appellant stelde incidenteel hoger beroep in en voerde aan dat ook de boete wegens overtreding van artikel 2 gematigd Pro moest worden vanwege de geringe omvang van de arbeid.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank onvoldoende had gemotiveerd waarom de boete voor artikel 15 werd Pro gematigd en dat appellant onvoldoende had onderbouwd dat de minister willekeurig handelde. Tevens werd geoordeeld dat de arbeid niet als marginaal kon worden beschouwd en dat de boete voor artikel 2 terecht Pro was opgelegd. Het hoger beroep van de minister werd gegrond verklaard en het incidenteel hoger beroep van appellant ongegrond. De uitspraak van de rechtbank werd gedeeltelijk vernietigd en het beroep van appellant ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard en het incidenteel hoger beroep van appellant ongegrond; de uitspraak van de rechtbank wordt gedeeltelijk vernietigd en het beroep van appellant ongegrond verklaard.