ECLI:NL:RVS:2013:CA3651
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- A.M. van Meurs-Heuvel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing toevoeging gesubsidieerde rechtsbijstand wegens strijd met Awb
De appellant had een aanvraag ingediend voor een toevoeging voor gesubsidieerde rechtsbijstand, welke door de raad voor rechtsbijstand op 16 juni 2011 werd afgewezen. Vervolgens verklaarde de raad het bezwaar ongegrond en wees de rechtbank het beroep af. De appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het besluit van 7 oktober 2011 gebaseerd was op een onjuiste weigeringsgrond, namelijk dat de brief van 7 juli 2010 geen besluit zou bevatten. De rechtbank had terecht geoordeeld dat het om een besluit ging waarbij de aanvraag om een Wwb-uitkering buiten behandeling was gesteld, en dat dit een eenvoudig geschil betrof. De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de raad.
Desondanks bleef de Afdeling bij haar oordeel dat de raad zich redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat de appellant het bezwaar zelf kon maken, al dan niet met hulp van derden anders dan een rechtsbijstandverlener. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven daarom in stand.
Tot slot veroordeelde de Afdeling het bestuur van de raad voor rechtsbijstand tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan de appellant.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de toevoeging wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.