ECLI:NL:RVS:2013:CA3607
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak voorzieningenrechter over afwijzing verblijfsvergunning asiel Afghanistan
De minister van Immigratie, Integratie en Asiel wees op 3 februari 2012 een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de minister een nieuw besluit moest nemen.
De minister, inmiddels staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de voorzieningenrechter ten onrechte had geoordeeld dat de minister het besluit ondeugdelijk had gemotiveerd over de veiligheidssituatie in Afghanistan, met name in de provincie Kunar.
De Afdeling baseerde zich op jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, waarin werd vastgesteld dat de algemene veiligheidssituatie in Afghanistan niet zodanig is dat terugkeer automatisch bescherming op grond van artikel 29 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 rechtvaardigt.
De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de voorzieningenrechter en toetste het oorspronkelijke besluit van 3 februari 2012. Het beroep van de vreemdeling op een verblijfsvergunning op grond van een categoriebescherming werd verworpen, omdat de staatssecretaris redelijkerwijs het gewicht van de verschillende indicatoren in het Vreemdelingenbesluit 2000 mocht bepalen.
Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de voorzieningenrechter vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter vernietigd.