ECLI:NL:RVS:2013:CA3595
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging inreisverbod wegens gebrekkige motivering bij toetreding Kroatië tot EU
De staatssecretaris heeft op 21 maart 2013 een terugkeerbesluit en een inreisverbod van vijf jaar uitgevaardigd tegen de vreemdeling, die tevens in vreemdelingenbewaring is gesteld. De vreemdeling stelde beroep in tegen deze besluiten, dat door de rechtbank Den Haag ongegrond werd verklaard. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het hoger beroep tegen het terugkeerbesluit en de maatregel van bewaring kennelijk ongegrond was en bevestigde de uitspraak van de rechtbank op die punten. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen.
Ten aanzien van het inreisverbod stelde de vreemdeling dat dit niet had mogen worden uitgevaardigd of ten minste had moeten worden bekort tot 1 juli 2013, omdat Kroatië vanaf die datum tot de Europese Unie zou toetreden en het inreisverbod jegens gemeenschapsonderdanen niet is toegestaan. De Raad van State stelde vast dat de staatssecretaris dit niet had meegewogen noch gemotiveerd, wat in strijd is met artikel 3:46 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Daarom werd het hoger beroep tegen het inreisverbod gegrond verklaard en het besluit vernietigd. De overige onderdelen van de uitspraak van de rechtbank werden bevestigd. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de vreemdeling.
Uitkomst: Het inreisverbod wordt vernietigd wegens gebrekkige motivering, de overige besluiten worden bevestigd en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.