ECLI:NL:RVS:2013:CA2880
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E. Helder
- K.M. Gerkema
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vaststelling bestemmingsplan Baaiduinen, Kinnum en Kaard
Bij besluit van 29 mei 2012 stelde de raad het bestemmingsplan "Baaiduinen, Kinnum en Kaard" vast. Appellant stelde beroep in tegen dit besluit, stellende dat het bestemmingsvlak "Wonen" voor zijn perceel te beperkt was en verruimd diende te worden met 10 meter in zuidelijke richting om zijn bijgebouw te kunnen vergroten en parkeermogelijkheden op eigen erf te creëren.
Appellant voerde aan dat de raad een verouderde inventarisatie had gebruikt en dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden omdat andere percelen ruimere bestemmingsvlakken hadden. Tevens stelde appellant dat het begrip 'open ruimte' onduidelijk was en dat de raad niet zorgvuldig had afgewogen.
De raad verdedigde het besluit met het argument dat de bestemmingsvlakken zoveel mogelijk waren afgestemd op bestaande erfafscheidingen en dat het open ruimtekarakter tussen de dorpen behouden moest blijven. De raad vond verdere verruiming ongewenst vanwege visuele effecten en het woongenot van omwonenden.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de raad beleidsvrijheid heeft bij het bepalen van bestemmingsvlakken, maar dat deze niet in strijd mag zijn met een goede ruimtelijke ordening. De Afdeling vond de afwegingen van de raad niet onredelijk en verwierp het beroep. Ook was geen sprake van strijd met het gelijkheidsbeginsel. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestemmingsplan is ongegrond verklaard en het plan is bevestigd.