ECLI:NL:RVS:2013:CA2874
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- I.S. Vreken-Westra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar tegen ongeldigverklaring rijbewijs door CBR
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) verklaarde het rijbewijs van appellant ongeldig met ingang van 25 maart 2004. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het CBR verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat het niet binnen de wettelijke termijn was ingediend. De rechtbank Alkmaar oordeelde dat het besluit op de juiste wijze was bekendgemaakt aan appellant, omdat het was verzonden naar het bij het CBR bekende adres volgens de gemeentelijke basisadministratie (GBA).
Appellant stelde in hoger beroep dat het besluit niet naar het juiste adres was verzonden omdat hij op dat moment niet meer op het bij het CBR bekende adres woonde en dat het CBR de GBA had moeten raadplegen om dit te controleren. De Raad van State overwoog dat het CBR mocht uitgaan van het laatst bekende adres in de GBA en dat appellant geen adreswijziging had doorgegeven. Het retour komen van het aangetekende besluit met de mededeling 'niet afgehaald' was onvoldoende reden om aan te nemen dat het adres onjuist was, mede omdat appellant eerder ook poststukken niet had afgehaald terwijl deze wel naar het juiste adres waren verzonden.
De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank dat appellant niet tijdig bezwaar had gemaakt en dat het CBR het bezwaar terecht niet-ontvankelijk had verklaard. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.